Het concept:

In de nazomer van 2002 ontdekten wij in een klein boerendorp in Noord Bretagne aan de Cotes d'Armor een oude herenboerderij annex paardenfokkerij uit het jaar 1880. Vanaf het eerste aanzicht waren we verliefd. Mysterieus als Bretagne kan zijn, met zijn geschiedenis en legendes, vloog er een witte uil van "ons" dak weg toen we vlak voor de koop op eigen onderzoek uit waren. Dit was een teken; het onderhandelen kon beginnen.

Hierbij stuitten we al snel op een aantal essentiële cultuurverschillen. Zo werd een fles wijn, aangeboden aan de boer die het omliggende land bezat, niet geaccepteerd. Dit had een glas moeten zijn om niet de indruk te wekken hem om te willen kopen. Tijdens onze eerste uitnodiging bij de buren bleken we te opgedirkt, aangezien we trots werden rondgeleid langs de bescheiden veestapel. Nieuwsgierige dorpsgenoten die je zwijgend en onderzoekend komen bekijken, maar altijd met een gastvrije houding en een uitnodigende glimlach. Na een paar franse lessen en praatjes in de buurt raakten de bewoners al snel gewend aan ons en werden we aangeduid als "des jeunes hollandaises avec l'autobus rouge". In maart 2003 namen we triomfantelijk de sleutel in ontvangst. Op dat moment begon ons leerproces over 19e eeuwse bouwtechnieken, de franse cultuur en ontdekten we de schoonheid van dit gebied.

Mooie wandelingen op het platteland lieten ons kennis maken met de charmes van een groene omgeving en de vele rivieren die uitmonden in zee. Omdat de rotsen zo weinig doorlaatbaar zijn stroomt het regenwater erlangs en verzamelt zich in rivieren. Côtes d'Armor heeft bijna 7000km aan waterlopen. Al deze waterlopen ontspringen uit de ontelbare bronnen die Bretagne rijk is. De kust ontdekten we via de vele douanepaden (GR34) die erlangs lopen. Op 20km (zonder file) bij ons vandaan vind je de beroemde Côte Granite Rose. De rotsformaties die je hier aantreft zijn reeds in de ijstijd gevormd door corosie en behoren tot één van de meest unieke natuurverschijnselen van het bretonse schiereiland. Bij eb wandelen we tussen deze rotsen door, van eiland naar eiland langs de drooggevallen bootjes. Bij al deze mooie wandelingen hoort natuurlijk een hond. Sirius was dan ook al snel ingeburgerd.

Na 1 jaar hard werken konden we in juli 2004 onze deuren openen voor de eerste gasten. De herenboerderij annex paardenfokkerij ging zijn eerste zomer in als toevluchtsoord voor actieve en creatieve vakantiegangers.

  • Het hoofdhuis van de oude landheer is in tweeën opgedeeld. In het linker deel wonen we zelf. In het rechter deel hebben we een warm en gezellig appartement voor vier tot acht personen gecreëerd.

  • De oude ciderschuur is begin 2005 aangepakt. De flessenopslag op de zolder heeft plaats gemaakt voor vier suites. De begane grond, met zijn enorme glazen façade, is ingericht als een multifunctionele woon,- eetkamer en een grote keuken.

    Voor en na de verbouwing:

  • In de voormalige paardenstallen is een sanitaire ruimte voor de campinggasten gemaakt met 2 douches, 2 wc's, 3 wasbakken en 2 afwasplekken. Tevens hebben we een recreatieruimte gecreëerd waar je o.a. kunt sjoelen, tafeltennissen en eventueel bij slecht weer een dvdtje kijken op het grote scherm.

    Het concept houdt in dat we alles zo origineel mogelijk willen houden, zodat de oorspronkelijke structuur bewaard blijft. Hierbij willen wij onze gasten het gevoel meegeven van een ongedwongen Bretonse sfeer, waar veel kan en niets moet. Onder andere uitstapjes, aangepast aan individuele wensen, een kampvuur waar de in die dag geplukte mosselen en ervaringen gedeeld kunnen worden, we willen er alles aan doen om het verblijf tot een onvergetelijke ervaring te maken.